Onderzoek Schoolexamens

Door de coronacrisis verloopt dit schooljaar voor veel scholieren anders dan anders. Vooral examenkandidaten in het voortgezet onderwijs kregen afgelopen maanden een bittere pil te slikken: door de coronamaatregelen werden hun centrale examens namelijk afgelast. Voor veel scholieren was het centraal examen juist dé manier om de cijfers van hun schoolexamens op te halen.

Greetz ging daarom op onderzoek uit en analyseerde waar in Nederland het centraal examen het meest gemist werd: waar zijn leerlingen over het algemeen het meest de dupe? Waar halen leerlingen juist opgelucht adem? En hoe ziet het gemiddelde slagingspercentage er eigenlijk uit per gemeente? Op basis van CBS- en DUO-data brengt Greetz het voor je in kaart.

Schrappen centrale examens zorgt voor grootste opluchting in Kapelle

Het schrappen van de centrale examens was vooral een opluchting voor de meeste scholieren in Kapelle. In deze Zeeuwse gemeente scoorde men de afgelopen vijf jaar namelijk zeven tiende punt hoger op hun schoolexamens dan op de centrale examens. Ook in de gemeenten Brunssum (0,6) en Dantumadiel (0,4) presteert men doorgaans beter tijdens de schoolexamens waarvan de resultaten nu het eindcijfer vormen.

Opgelucht ademhalen was er voor scholieren uit de gemeente Medemblik waarschijnlijk niet bij. Vwo, havo en vmbo-leerlingen scoorden hier de afgelopen 5 jaar namelijk gemiddeld 0,3 punt lager op hun schoolexamens, dan op hun centrale examens. Ook in Gennep (-0,2) en in Hulst (-0,2) haalden leerlingen duidelijk lagere cijfers op hun schoolexamens dan op hun centrale examens.

In Nederland zijn er 93 gemeenten waar scholieren de afgelopen vijf jaar hun eindcijfer hebben opgehaald met het centrale examen. In totaal worden in 185 Nederlandse gemeenten juist lagere cijfers behaald op het centrale examen. In 15 gemeenten komt het gemiddelde overeen en in de overige gemeenten is geen middelbare school gevestigd.

Slagingspercentage: hier slagen scholieren het vaakst

In Nederland slaagde de afgelopen vijf jaar gemiddeld 92,2% voor het vwo-, havo- of vmbo-diploma. Op provinciaal niveau zijn deze slagingspercentages vergelijkbaar. Zeeuwse scholieren scoorden met een slagingspercentage van 93,4% het best, gevolgd door leerlingen uit Overijssel (93%). Hekkensluiter is Groningen. Hier slaagt namelijk ‘slechts’ 91,1% van de middelbare scholieren.

Op gemeentelijk niveau zijn grotere verschillen te zien in het slagingspercentage. Zo zijn het leerlingen in Mill en Sint Hubert die de afgelopen vijf jaar, relatief gezien, het vaakst slaagden voor hun middelbare school. In 99,8% van de gevallen voldeden de scholieren hier aan de eindexamennorm. Nergens in Nederland is dit slagingspercentage zo hoog. Ook op Ameland (99,5%) en in Waterland (98,8%) en Cranendonck (98,8%) ronden scholieren hun laatste schooljaar vaak succesvol af.

Scholieren in Brunssum krijgen, relatief gezien, het minst vaak positief nieuws over hun middelbare schooldiploma. De afgelopen vijf jaar slaagde hier ‘slechts’ 75,5% van de leerlingen. Ook in Appingedam (83%) en Rozendaal (85,1%) hebben scholieren relatief veel moeite tijdens het eindexamenjaar.

Opleidingsniveau: grote provinciale verschillen

De afgelopen vijf jaar gingen in Nederland bijna een miljoen leerlingen op voor hun eindexamen. In totaal deed 53,8% van de examenkandidaten dit op vmbo-niveau, 27,3% op havo-niveau en 18,9% op vwo-niveau. Deze verhouding geldt overigens lang niet overal, want er zijn op provinciaal niveau namelijk grote verschillen te zien.

Zo volgen bovengemiddeld veel leerlingen een VMBO-opleiding in Drenthe (64,4%), Flevoland (60,7%) en Friesland (60,4%). In Drenthe doet 12,2% van de scholieren examen op vwo-niveau, terwijl dit aandeel in Utrecht (23,9%) en Noord-Holland (22,3%) bijna tweemaal zo hoog is.

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd in de aanloop naar het landelijke eindexamen-vlagmoment op 4 juni. Deze dag is door Onderwijsminister Arie Slob is aangewezen als alternatief feestmoment voor eindexamenkandidaten. Greetz deed dit onderzoek op basis van CBS- en DUO-data. De (eind)cijfers die in het onderzoek benoemd worden, zijn gebaseerd op de gemiddelde cijfers van leerlingen uit examenjaren 2014-2015 tot en met 2018-2019. Enkel de gemeenten waar cumulatief meer dan 100 scholieren eindexamen deden zijn hierbij in beschouwing genomen.